donderdag 17 augustus 2017

nieuwe website

Na pakweg vijftien jaar – minstens drie eeuwigheden in internet-termen – werd het hoog tijd voor een nieuwe Polderlicht-website. Eentje die mee kan in het huidige tijdsgewricht en (dus) fatsoenlijk functioneert op telefoon en tablet. Indeling en vormgeving zijn anders, maar ook op de nieuwe site zullen we met enige regelmaat blogstukjes plaatsen over exposities, films, muziek en niet te vergeten onze eigen projecten. Ook het adres blijft hetzelfde: www.polderlicht.com Ergens in de loop van vrijdag wordt-ie geactiveerd. Zien we u daar?

Update: we hebben de kleine lettertjes niet goed gelezen of waren weer eens te optimistisch: de nieuwe site is pas over enkele dagen actief. En we zijn on air!

vrijdag 11 augustus 2017

adieu weesperplein

Roy Vastenburg: Diabolical Laughter

Vandaag viel het doek definitief voor onze Inkijk-etalagegalerie in metrostation Weesperplein. De kleurrijke textielen installatie Diabolical Laughter van Roy Vastenburg was de laatste van de in totaal ruim vijftig exposities die we in een kleine twaalf jaar in dat station hebben getoond – en ja, dat doet best een beetje pijn. Nu resten ons alleen nog de Inkijk in metrostation Wibautstraat en Made In Holland in station Van der Madeweg, samen goed voor nog zo’n vijf of zes exposities in evenzovele maanden, en dan is het ook daar afgelopen. Maar dat zien we dán wel weer.

donderdag 10 augustus 2017

maskerade | de maskers

Enkele geselecteerde maskers uit de collectie-De Jonge

Vandaag waren we op bezoek bij antropoloog, mensenrechtenactivist en zeg maar gerust levende legende Klaas de Jonge om een flink aantal Afrikaanse maskers uit zijn omvangrijke collectie te kiezen voor de tentoonstelling Maskerade. Anderhalf jaar geleden toonden we, onder de naam Out Of Africa, ook al een aantal beelden uit die collectie in onze Inkijk-galerie in metrostation Wibautstraat. Naar aanleiding daarvan schreef Martien van Oorsouw het volgende op Oost-online:

Een groot gedeelte van zijn werkende leven heeft Klaas de Jonge in Afrika doorgebracht. Hij studeerde antropologie en sociologie, en kwam te werken op het Afrika studiecentrum in Leiden. Hij deed demografisch onderzoek in Tanzania en Senegal. Begin jaren tachtig werkte hij in Mozambique, waar hij betrokken raakte bij de gewapende strijd tegen het apartheidsregime in Zuid Afrika. Hij smokkelde wapens voor het toen nog illegale ANC. In 1985 werd hij opgepakt door de Zuid Afrikaanse politie. Hij wist te ontvluchten naar de Nederlandse ambassade in Pretoria, waar hij door Zuid Afrikaanse politie-agenten weggesleept werd. Dat veroorzaakte een enorme diplomatieke rel. Uiteindelijk heeft hij 26 maanden in de Nederlandse ambassade gezeten, voor hij via een gevangenenruil kon terugkeren naar Nederland. In Dagboek uit Pretoria schrijft hij over deze ervaring.'Ik was wel geïnteresseerd in Afrikaanse kunst', zegt hij, 'maar ik verzamelde toen nog niet. Ik kocht wel eens wat en zette het in mijn huis.'

In 1998 ging hij als onderzoekscoördinator voor Penal Reform International (PRI) werken in Kigali, de hoofdstad van Rwanda. 'De waarheidscommissie van Rwanda, zeg maar.' In 1994 woedde een burgeroorlog in Rwanda, in een korte periode werden 800.000 tot 1.000.000 Tutsi's en Hutu's vermoord. De hoofdverdachten werden berecht door het Rwanda-tribunaal, het PRI was opgezet om een eerlijke rechtsgang te bevorderen. 'Het was een vorm van alternatieve rechtspraak op dorpsniveau. Als al die personen berecht werden, zou dat jaren gaan duren.' Toen hij dat werk deed, begon het verzamelen pas goed. 'Het werk was zwaar. Ik zocht een tegenwicht, om me te ontspannen ging ik me met Afrikaanse kunst bezighouden. Ik ben gefascineerd door de rol van kunst in de cultuur. Omdat het oorlog was, kwamen veel beelden op de markt. Door de druk van de hallelujahkerken, zoals ik ze noem, gingen veel van die 'heidense' beelden de deur uit. Ze werden niet vernield, maar verkocht. Ik kocht wel eens wat. Al snel sta je bekend als de blanke die beelden koopt. Ik genoot van het spel met de handelaren.' Elk beeld heeft een verhaal. 'Soms verzinnen ze een verhaal voor de ‘mzungu’ (blanke)', lacht Klaas, 'als het een goed verhaal was, liet ik het zo. Het ging mij niet om de waarheid ervan. Het was vooral een manier om naast het werk met mooie dingen bezig te zijn.'

Maskerade – maskers in kunst en de kunst van het masker | m.m.v. Carin Baeten | Paul Bogaers | Serge Game | Hoax | Guda Koster | Carmen Schabracq | Charlotte Schleiffert | Klaas de Jonge
Van 8 september t/m 10 november in de Kunsttraject-etalages in de Staatsliedenbuurt Amsterdam-West | Met steun van het Amsterdams Fonds voor de Kunst en stadsdeel West

woensdag 9 augustus 2017

tux mix

Tuxedomoon: Peter Principle | Steven Brown | Blaine L. Reininger

Het trieste bericht over het overlijden van bassist/gitarist Peter Principle, medio vorige maand, was de aanleiding om de muziek van zijn band Tuxedomoon weer eens intensief te beluisteren. Onze mening over hun repertoire, een curieus mengsel van new wave en modern klassiek met hoofdrollen voor virtuoos saxofoon- en vioolspel, is door de jaren heen niet wezenlijk veranderd: het werk uit de begintijd – zeg tussen 1978 en 1982 – is verreweg het sterkst. De ambities waren van meet af aan groot(s) maar gebrek aan geld betekende dat men zich moest beperken tot goedkope apparatuur en dito studiomogelijkheden. Dat komt de charme van de muziek zeer ten goede: mede dankzij het even kale als kunstzinnige geluid is de elpee Half-Mute (1980) nog steeds één van onze desert island discs. Opvolger Desire (1981) klinkt al een heel stuk voller maar is eveneens geweldig. Na het vertrek van violist Blaine Reininger werd het allemaal wat minder interessant, al wist de band zo nu en dan nog pareltjes als de single Soma te produceren. Zo ergens rond 1986 was de fut er uit en hield men het voor gezien (om vijftien jaar later weer met hernieuwde energie op te duiken – maar ook toen werd het oude niveau helaas niet meer gehaald.)

In Tuxedomoons hoogtijdagen was het bepaald niet eenvoudig om aan hun muziek te komen. Die elpees, dat ging nog wel. Maar van een singeltje als Egypt, uitgebracht op een obscuur Frans labeltje in een oplage van een paar honderd stuks, waren we blij als we een kopietje op een audiocassette bij een mede-‘ingewijde’ konden ritselen. Anno nu is alles op het wereldwijde web op te duikelen, vaak in prima kwaliteit. Omdat de techniek tegenwoordig voor niks staat (en met een beetje hulp van buitenaf – dankjewel Ben!) én omdat we het eenvoudigweg niet konden laten hebben we een mix uit het vroege Tuxedomoon-materiaal samengesteld. Tweeëndertig favoriete nummers in iets meer dan twee uur. In min of meer chronologische volgorde, van kaal en krakkemikkig naar steeds gelaagder en barokker. Het begint met The Stranger, gebaseerd op de beroemde roman van Albert Camus. Toepasselijk, want Tuxedomoon was ook in die gekke post punk-tijd een behoorlijk vreemde eend in de bijt. Vreemd maar wel lekker. Luister hier onze tux mix!

nb Kunstenaars moeten ook leven. Dus als e.e.a. bevalt, kóóp dan die platen! Half-Mute en Desire zijn ware klassiekers, maar er zijn ook fijne compilaties in omloop.

dinsdag 8 augustus 2017

madi in hungary


Onlangs verbleven we enige tijd in het Hongaarse plaatsje Vác. In de doodstille gangen van het rustieke gemeentehuisje van dit slaperige provinciestadje is, zo bleek tot onze grote verrassing, een fijne overzichtstentoonstelling te zien van enkele honderden geometrisch-abstracte MADI-kunstwerken. Die tentoonstelling op ons gemak bekijken ging echter zomaar niet: we stonden veel te gauw alweer buiten. Niettemin wisten we een foto-reportage voor kunstblog Trendbeheer te maken: lees/kijk ‘m hier.

vrijdag 4 augustus 2017

maskerade | op reis


Als je je er eenmaal in verdiept kom je ze overal tegen: maskers. Ook, of misschien wel juist, als je op vakantie bent. In Wenen passeerden we het Weltmuseum. Dat wordt momenteel verbouwd: de werkzaamheden worden aan het oog ontrokken door een grote houten schutting waarop motieven uit de collectie zijn geschilderd, waaronder een traditioneel polynesisch masker. Alles behalve traditioneel zijn de maskers in het uit duizenden herkenbare werk van Gilbert & George, te zien in hun alarmerende expositie Scapegoating Pictures in het Ludwig Museum in die andere, nóg mooiere stad waar we waren: Budapest.

Maskerade – maskers in kunst en de kunst van het masker | m.m.v. Carin Baeten | Paul Bogaers | Serge Game | Hoax | Guda Koster | Carmen Schabracq | Charlotte Schleiffert | Klaas de Jonge
Van 8 september t/m 10 november in de Kunsttraject-etalages in de Staatsliedenbuurt Amsterdam-West | Met steun van het Amsterdams Fonds voor de Kunst en stadsdeel West

vrijdag 21 juli 2017

maskerade | a bush of ghosts

Eno & Byrne's My Life In The Bush Of Ghosts en Paul Bogaers' expositie met dezelfde titel in Foam

In 1980 verscheen de elpee My Life In The Bush Of Ghosts van Brian Eno & David Byrne: een geweldig klinkend amalgaam van koortsige percussie, funky slaggitaartjes en vervreemdende synthesizergeluiden. Daaroverheen plaatsten Eno en Byrne 'geleende' (zang-)stemmen van onder andere Arabische en Afrikaanse origine. Ook de titel was 'geleend' en afkomstig van een roman van de Nigeriaanse schrijver Amos Tutuola. De plaat werd vanwege dat leentjebuur spelen niet overal even enthousiast ontvangen: wie dachten die meneer Eno en die meneer Byrne wel dat ze waren om zomaar niet-westerse stemmen te kunnen gebruiken? Dit was je reinste cultural appropriation! Ons is die discussie toentertijd grotendeels ontgaan: we vonden het gewoon een toffe plaat (en vinden dat nog steeds.) Een plaat bovendien die ons, en we waren lang niet de enigen, ertoe deed besluiten om ook eens naar échte Afrikaanse en Arabische muziek te luisteren. Daarmee ging voor ons en vele anderen een hele nieuwe wereld open.

Schrijvers, filmmakers, muzikanten en beeldend kunstenaars kijken om zich heen, halen hun inspiratie van waar het ze goeddunkt en beschouwen 'grenzen' daarbij eerder als een uitdaging dan als een restrictie. Voorbeelden genoeg. En we verwachten ook niet anders van kunstenaars: zij zijn immers onze ogen en oren, zij openen de vensters naar de wereld om ons heen. En daar is van zichzelf niets mis mee. Problematisch wordt cultural appropriation - culturele toe-eigening - als een kunstwerk negatieve (voor-)oordelen over andere culturen bevestigt of als het neigt naar exploitatie en/of 'kolonisatie' daarvan. Dan gaat het een heel ander soort grens over en het is een goede zaak dat daar, in het kielzog van de debatten rondom heikele thema’s als Zwarte Piet en het nationale slavernijverleden, steeds meer aandacht voor is. Maar het is een moeilijke discussie: de grens tussen cultural appropriation en cultural celebration is lang niet altijd even duidelijk.

Aan onze komende tentoonstelling Maskerade in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt werken zeven kunstenaars mee. Sommigen van hen tonen werk over 'maskeren' in de meer algemene zin, anderen laten zich heel duidelijk inspireren door maskers uit Afrikaanse en andere niet-westerse culturen. Zij hebben zich in die culturen verdiept, zijn gefascineerd geraakt door bepaalde visuele en/of inhoudelijke kenmerken daarvan en weten die te vertalen in hun eigen werk. Dat doen ze, voor zover wij dat kunnen beoordelen, op respectvolle wijze. Raakt Maskerade aan cultural appropriation? Wij denken dat dat wel meevalt, maar wellicht denken anderen daar anders over. Als de tentoonstelling zich zou afspelen in bijvoorbeeld CBK Amsterdam zouden we wellicht een lezing of een debat hierover kunnen organiseren. De etalages van Kunsttraject daarentegen, waar wij met deze tentoonstelling te gast zijn, zijn daarvoor toch veel minder geschikt, verspreid als ze liggen over een 'gewone' woonbuurt en vanwege hun bescheiden formaat. Maar wie weet steekt het thema de kop op bij langslopende buurtbewoners en ontstaat er een levendig straatdebat.

Toen Maskerade-deelnemer Paul Bogaers tweeëneenhalf jaar geleden een solo-tentoonstelling had in Foam, noemde hij die naar één van zijn favoriete platen: My Life In The Bush Of Ghosts. Die titel was uiterst toepasselijk, want ook Bogaers verwerkt sinds enige tijd allerlei Afrikaanse beeldkenmerken in zijn (foto-)kunst en ook bij hem leidt dat tot de combinatie van overduidelijk westers construct enerzijds en een zeer bepalende ‘antropologische’ sfeer anderzijds. De geschiedenis herhaalde zich toen Paul Bogaers, net als Eno en Byrne 35 jaar eerder, het cultural appropriation-verwijt aan zijn broek kreeg. Die term was voor hem nieuw en reden om zich erin te verdiepen. In een recent nummer van muziek- en kunstmagazine Gonzo Circus zegt hij daarover: "Ik laat me als kunstenaar zeker beïnvloeden door van alles om mij heen, waaronder andere culturen. Maar dat vind ik iets anders van botte toe-eigening. [...] Cultuur is niet statisch, maar constant in verandering – Nederland is nu ook heel anders dan vijftig jaar geleden, laat staan tweehonderd jaar terug. Invloeden uit andere culturen hebben daar een grote rol in gespeeld. Kunst kan juist verbindingen leggen die er voorheen niet waren [...] Maar het is absoluut belangrijk dat het debat over culturele toe-eigening gevoerd wordt, over wat wel en wat niet kan. Het is een heilloze weg om je in je eigen cultuur op te sluiten, maar je moet elkaars cultuur met respect benaderen." Daar sluiten wij ons graag bij aan.

Maskerade – maskers in kunst en de kunst van het masker | m.m.v. Carin Baeten | Paul Bogaers | Serge Game | Hoax | Guda Koster | Carmen Schabracq | Charlotte Schleiffert | Klaas de Jonge
Van 8 september t/m 10 november in de Kunsttraject-etalages in de Staatsliedenbuurt Amsterdam-West | Met steun van het Amsterdams Fonds voor de Kunst en stadsdeel West

maandag 17 juli 2017

it's a jinx


Ooit, zo rond 1981, was Tuxedomoon wat ons betreft de beste band van de wereld. En ook nu, ruim 35 jaar later, kunt u ons wakker maken voor de unieke ‘avant-kamermuziek’ op hun beste platen Half-Mute en Desire. Wij verloren hen sindsdien langzaam uit het oog maar ze zijn nooit opgehouden met optreden en platen maken. Vandaag bereikte ons het trieste nieuws dat één van de drie kernleden, bassist/gitarist Peter Principle, op 63-jarige leeftijd is overleden – veel te jong – aan de vooravond van een tournee die in augustus ook Amsterdam zou aandoen. Bekijk hier de maffe videoclip van het ronduit geweldige nummer Jinx, dat bijeen wordt gehouden door een houtje-touwtje-ritme en Principle's gortdroge en tegelijk retestrakke baslijnen.

zondag 16 juli 2017

ecce homo


De operateur van dienst had waarschijnlijk zijn dag niet: de onderkant van het beeld was wat onscherp. Maar Stanley Kubrick’s science fiction-meesterwerk 2001: A Space Odyssey in EYE Filmmuseum, op een gloednieuwe gedigitaliseerde 70-mm print en dus immens groot en met magistraal geluid, was niettemin een waar feest, ook voor wie ‘m – zoals wij – al vijf of zes keer eerder zag. En we zouden ‘m zo wéér kijken, al was het maar vanwege dat ene fragment, vroeg in de film, waarin een prehistorisch aapachtig wezen naar een bot zit te staren en zich heel langzaam begint te realiseren dat hij het kan gebruiken. Dan en daar ontstaat datgene wat ons tot mens maakt: voorstellingsvermogen. Verbeeldingskracht. Dat wat Wim Kayzer ‘een schitterend ongeluk’ noemde. Want wat doet die aap mens al gauw met dat bot? Hij slaat er een soortgenoot mee dood...

zondag 9 juli 2017

roll-art-coaster


Vergeet Joris en de Draak in De Efteling en de Gold Rush in Ponypark Slagharen. Dé achtbaan die u deze zomer moet bezoeken is The Wild in kunstenaarsruimte W139. Niet met karretjes vol gillende en/of kotsende dagjesmensen met hun kroost, maar met een stuk of acht maffe kunstwerken-op-wieltjes, waaronder een verguld olievat en een cluster opgezette hondjes. De vehikels worden tergend traag omhoog getrokken, denderen dan in een noodvaart naar beneden, lijken even van de rails te flikkeren maar remmen dan af en sluiten uiteindelijk aan achterin de rij om daar netjes op hun volgende beurt te wachten – helemaal zoals het hoort. Dit enorme kinetische kunstwerk werd met evenveel vakkennis als zichtbaar plezier gebouwd door een groepje van acht kunstenaars rond Oscar Peters; de 'passagiers' werden geëngageerd via een open call. En alsof die rollercoaster nog niet genoeg is staan er ook nog een paar hele fijne mechanisch bewegend kunstwerken in de entree opgesteld. Met het hele gezin naar De Efteling kost een godsvermogen, maar in dit tijdelijke pretpark in de Amsterdamse Warmoesstraat mag u helemaal gratis en voor niks naar binnen. Wij zeggen: doen!

vrijdag 7 juli 2017

maskerboek


Carmen Schabracq is één van de zeven kunstenaars die betrokken zijn bij ons komende project Maskerade, waarin we hedendaagse kunstwerken combineren met Afrikaanse maskers. Carmen is al jaren gefascineerd door het medium masker in relatie tot het menselijk lichaam. Ze haakt zelf maskers van wol, ontwikkelt nieuwe en soms bizarre vormen en creëert aldus een tweede huid. De resultaten zijn autonome kunstwerken en/of fungeren als rekwisieten in (theater-)performances, foto's, video's en installaties. Is your body the pedestal of your head? is daarbij de onderliggende vraag: kun je denken met je lichaam? Paul Koeleman schoot een prachtige fotoserie waarin Carmen zelf als drager van haar maskers optreedt. Het ligt in de bedoeling om die foto’s, samen met tekst en uitleg, in een boek te bundelen en om dat voor elkaar te krijgen is Carmen, zoals dat tegenwoordig gaat, een crowdfunding-campagne begonnen. Op het moment van schrijven is zo’n 40% van het benodigde bedrag binnen, dus dat gaat de goede kant op. Geïnteresseerd? Klik hier voor meer informatie.

Maskerade – maskers in kunst en de kunst van het masker | m.m.v. Carin Baeten | Paul Bogaers | Serge Game | Hoax | Guda Koster | Carmen Schabracq | Charlotte Schleiffert | Klaas de Jonge
Van 8 september t/m 10 november in de Kunsttraject-etalages in de Staatsliedenbuurt Amsterdam-West | Met steun van het Amsterdams Fonds voor de Kunst en stadsdeel West

zondag 2 juli 2017

inkijk | inkijk

Een vlag van Roy Vastenburg  |  een stukje Observatorium van werkplaats RUIM 

Aan al het goede komt een eind. Zo ook aan ons project Etalagegalerie Inkijk, dat na achttien jaar(!) al lang niet meer ‘tijdelijk’ genoemd kan worden. Inkijk eindigt niet with a bang maar in fases: in metrostation Wibautstraat kunnen we nog een half jaartje verder, maar voor het filiaal in station Weeserplein valt deze zomer het doek. Dit weekend is daar een laatste expositie ingericht. Diabolical Laughter van Roy Vastenburg bestaat uit een aantal textiele werken: vlaggen en T-shirts waarop allerlei voorstellingen zijn genaaid. De basale, wat naïeve vormentaal en de vele kleuren maken dat het werk in eerste instantie vrolijk oogt, maar wie goed kijkt wordt al gauw een wat duistere ondertoon gewaar. Eén en ander past naadloos in Roy’s oeuvre, waarin kinderkamer-esthetiek, occulte symboliek en de looks van blackmetal- en andere herriemakers een lichtelijk verontrustend amalgaam vormen. Teletubbies meets Rosemary’s Baby met een vleugje Cradle Of Filth. Of zoiets.

De Inkijk in metrostation Wibautstraat is door werkplaats RUIM (Barbara Damen) omgebouwd naar een Observatorium. Lampen, lenzen, projecties door brillen en laboratoriumglaswerk, draadjes-met-dingetjes-eraan en nog veel meer al dan niet transparante attributen vormen samen een ruimtevullend ‘systeem’ waardoorheen de blik van de toeschouwer van het ene naar het andere subtiele detail wordt geleid. De installatie leunt sterk op de charme en miraculeuze logica van ouderwetse dia- en filmprojectoren en genereert het soort verwondering zoals een kind ervaart dat voor het eerst in het schijnsel van een lamp een schaduwkonijn tegen de muur maakt. Maar er is meer: tussen de poëtische en/of esthetische regels door roept het werk op om, juist in deze tijd van rechts-populistische vreemdelingenhaat en groeiende sociale en economische ongelijkheid (leest u mee, GVB?), de menselijke maat – en daarmee onze menselijkheid – niet uit het oog te verliezen.

Diabolical Laughter van Roy Vastenburg is te zien t/m vrijdag 25 augustus; Observatorium van werkplaats RUIM is te zien t/m vrijdag 1 september.

woensdag 21 juni 2017

wordt verwacht: maskerade


Biënnale van Venetië: een shaped canvas van Rudolphe Bouquillard in Palazzo Mora
en maskers van de Mapuche-indianenstam in het Chileense paviljoen in de Arsenale

Een kleine drie jaar na Staatslicht gaan we opnieuw een tentoonstelling maken in de elf grootste etalages van Stichting Kunsttraject in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt. Maskerade toont werk van zeven hedendaagse kunstenaars die zich hebben laten beïnvloeden door de visuele en/of symbolische eigenschappen van traditionele, niet-westerse maskers. De resultaten daarvan worden gecombineerd met authentieke Afrikaanse maskers uit de collectie van antropoloog en verzamelaar Klaas de Jonge. Kunstwerken en maskers gaan – dwars door alle verschillen in tijd, continent, cultuur en inhoud heen – een visuele relatie met elkaar aan. We tonen ze letterlijk naast en door elkaar. De kunstwerken worden, zo is de bedoeling, in een etnografisch-historische context geplaatst en de maskers worden van een nieuwe actualiteit voorzien. Eén en ander verhoudt zich tot elkaar, spiegelt zich aan elkaar en versterkt elkaar maar hóe precies is ook voor ons een raadsel... Maskerade zal op vrijdag 8 september om 20.00 uur worden geopend met een rondleiding langs alle etalages. Ook zijn er plannen om de opening van een passende muzikale component te voorzien maar daarover later meer.

Maskerade – maskers in kunst en de kunst van het masker. M.m.v. Carin Baeten | Paul Bogaers | Serge Game | Hoax | Guda Koster | Carmen Schabracq | Charlotte Schleiffert
Van 8 september t/m 10 november in de Kunsttraject-etalages in de Staatsliedenbuurt Amsterdam-West | Met steun van het Amsterdams Fonds voor de Kunst en stadsdeel West

donderdag 15 juni 2017

o manifest


Wij zijn niet zo van de kunsttheorie. Liever één visueel sterk beeld dan drie lappen tekst: het heet niet voor niks beeldende kunst. Niettemin is de video-installatie Manifesto, waarin actrice Cate Blanchett uit niets anders dan tientallen manifesten van kunstenaars en/of denkers declameert, een voltreffer. De installatie van de Duitse filmmaker Julian Rosefeldt (te zien in het kader van het Holland Festival) bestaat uit dertien films die gelijktijdig op evenzoveel schermen worden vertoond. Elke loop duurt elf minuten dus alles bekijken duurt een kleine tweeëneenhalf uur. Schrik niet: die tijd vliegt om. In elke film speelt Blanchett een volkomen andere rol, in een heel andere setting, en met steeds een andere kunststroming als onderwerp. Zo spreekt een morsige arbeidster in een afvalverwerkingsbedrijf teksten uit van onder anderen architectenbureau Coop Himmelblau over futuristisch bouwen (Architecture Must Blaze, 1980). Een onderwijzeres brengt de kindertjes in haar klas in verwarring met regels uit Lars von Triers filmmanifest Dogma95. Een moeder gaat, voorafgaand aan de zondagmiddagmaaltijd, haar gezin voor in een dankgebed dat uit Claes Oldenburghs pop art-manifest I Am For An Art (1961) blijkt te komen. De mooiste sequentie is wellicht die van een begrafenis waarbij de rouwende weduwe de aanwezigen om de oren slaat met steeds profaner teksten van Tristan Tzara en Francis Picabia (Dada Manifesto, 1918).

Het zijn allemaal teksten van mannen die door een vrouw in (op één na) vrouwenrollen worden geuit. Wil regisseur Rosenfeldt op die manier de testosteron-gedreven vernieuwingsdrift van al die stoere, hemelbestormende dadaïsten, futuristen, conceptuelen etc. enigszins 'verzachten' en daarmee relativeren? Zowiezo zet hij heel wat middelen in die onze aandacht van de woorden afleiden: de zowat van het scherm spattende acteerprestaties, de bijzondere locaties, de fraaie cinematografie, de referenties aan ondermeer science fiction (2001: A Space Odyssey, Aliens), de vele beeldgrappen... Maar uiteindelijk maakt dat allemaal niks uit; dat wat al die verschillende manifesten en kunststromingen met elkaar gemeen hebben komt luid en duidelijk over: voouitgangsdenken. Idealisme. Revolutionair élan. “Wij gaan het allemaal héél anders doen! En véél beter!”

dinsdag 13 juni 2017

de biënnale van venetië | 4. de giardini


In de Giardini staan liefst dertig paviljoens, één centraal paviljoen naast die van 29 landen. Dat is niet of nauwelijks te doen op één dag dus de tweede helft van Christine Macels Viva Arte Viva-expositie in het centrale paviljoen hebben we, de Arsenale indachtig, laten schieten ten faveure van de landenpaviljoens. Ook de veelgeroemde performance in het Duitse paviljoen slaan we over als we horen dat we er meer dan een uur voor in de rij moeten staan. En dan nog blijft er veel, té veel over. Elk land biedt een eigen doorwrochte presentatie die in vrijwel alle gevallen begint met een uitgebreide inleidende tekst in niet het makkelijkste Engels. De eerste tien, vijftien keer nemen we er de tijd voor om die tekst aandachtig te lezen en aldus voldoende voorbereid de tentoonstelling in te gaan, maar gaandeweg begint de vermoeidheid zijn tol te eisen en nemen concentratie en geduld af. De hoogtepunten van deze laatste Biënnale-dag zitten 'm wat ons betreft dan ook in het begin ervan – maar dat zegt dus feitelijk niks over de kwaliteit van de rest. Niettemin kunnen we stellen dat het gebodene nogal wisselt: het Slowaakse paviljoen durft het aan om een soort Efteling-kitsch te presenteren met een aantal lichtgevende plastic zwaantjes voor een projectie van water. De zeer hoogdravende tekst erbij is onbedoeld hilarisch. Wél leuk bedoeld is de interactieve installatie One Minute Sculptures van Erwin Wurm in het Oostenrijkse paviljoen: alledaagse attributen als een stoel, een tafel, een koffer en een caravan gaan vergezeld van eenvoudige instructies als ‘leg uw hoofd op dit stoelkussen’ of ‘steek uw been door dit gat’. Resultaat: drommen serieuze kunstliefhebbers die zich enthousiast in de meest onzinnige poses laten fotograferen. Voorwaar a sight to behold.

Hoogtepunten wat ons betreft: het Amerikaanse paviljoen met Tomorrow Is Another Day, waarin Mark Bradford hoogst actuele Black Lives Matter-thematiek met Griekse mythologie vermengd. Het Zuidkoreaanse paviljoen, met onder meer het ‘archief’ van de fictieve journalist Mr. K., wiens leven parallel loopt met de geschiedenis van zijn land sinds de Japanse overheersing en eindigt op het moment dat deze Biënnale begon. Het Griekse paviljoen, eveneens met zogenaamd ‘historisch’ materiaal, te weten filmfragmenten van een medisch experiment met hepatitis-cellen: het experiment neemt een onverwachte wending als naast de ‘eigenlijke’ cellencultuur een tweede opduikt. Is dit een bedreiging of een verrijking? Laboratory Of Dilemmas van George Drivas laat het antwoord in het midden in een vet aangezette maar erg goed gemaakte (en grappige) metafoor voor het politieke debat rond de vluchtelingencrisis, waarmee juist Griekenland zoveel te stellen heeft. En het Britse paviljoen tenslotte, waar Phyllida Barlow, een grande dame in de Engelse sculptuurwereld, haar Folly presenteert. Barlow is van het grote gebaar: ze maakt constructies die ongegeneerd monumentaal zijn (het werk lijkt amper in het paviljoen te passen) van hout, beton, piepschuim en karton, vol kleur of juist in grijstinten. Sommige van die constructies refereren aan architectonische elementen als pilaren en balkons, anderen staan volledig op zichzelf. Folly is zelfverzekerd, onontkoombaar, oogt loodzwaar en licht tegelijk en is puur visueel genot. Hier niet één regel begeleidende tekst: gewoon, omdat het niet hoeft.

We ronden ons verblijf in Venetië af met een bezoekje aan La Galleria di Dorothea Van Der Koelen. Het contrast met de eerder bezochte palazzi en kerken is groot: La Galleria is bescheiden van formaat en heeft strakke witte muren. De getoonde kunstwerken en -werkjes van ondermeer François Morellet, Daniel Buren en Jan van Munster komen er in al hun formele minimalisme uitstekend tot hun recht. Allesbehalve minimal is de ontvangst: we worden hoogstpersoonlijk langs alle werken geleid en van informatie voorzien. E finora!

Op de foto’s vanaf linksboven met de klok mee: een fors detail van Folly van Phyllida Barlow in het Britse paviljoen | idem | ruimtevullende ‘blob’, onderdeel van Tomorrow Is Another Day van Mark Bradford in het Amerikaanse paviljoen | een gedeelte van Proper Time van Lee Wan in het Koreaanse paviljoen: zo'n 600 klokken lopen ieder op een andere snelheid en geven zo de tijd aan die allerlei verschillende mensen op deze wereld nodig hebben om voor een maaltijd te werken: een Indiër bijvoorbeeld heel lang, een Nederlander juist kort | Support van Lorenzo Quinn in/aan het Canal Grande

maandag 12 juni 2017

de biënnale van venetië | 3. de arsenale


Na Intuition en het Hirst-circus wordt het hoog tijd voor de eigenlijke Biënnale-expositie Viva Arte Viva van curator Christine Macel (Centre Pompidou). De eerste helft is in de Arsenale, de langgerekte voormalige militaire opslagplaats die in 2015 het hoogtepunt van ons bezoek was. Dat niveau wordt dit keer echter lang niet gehaald. Misschien ligt dat aan het thema: ‘de kunstenaar en zijn praktijk’ klinkt nogal algemeen en vrijblijvend. Waar we twee jaar geleden het gevoel hadden dat we ons in de voorhoede van de kunst bevonden oogt deze tentoonstelling eerder ouderwets (is die Macel een hippie? De expo begint met registraties van rondedansjes en andere communale rituelen en een stukje verderop staat/hangt een soort sjamanentent waarin op trommeltjes wordt gespeeld...) Ernstiger vinden we dat er, uitzonderingen daargelaten, eigenlijk maar weinig werk is dat ons aanspreekt vanwege zijn beeldende kwaliteit. De verrassingen zitten ‘m dit keer dan ook in de nationale paviljoens. Sterke presentaties zijn er van ondermeer Turkije (een geluidsinstallatie met 'geruchten' in een kille, arena-achtige constructie van steigermateriaal), Chili (duizend maskers van de Mapuche-indianen, wier cultuur wordt bedreigd) en Georgië (een traditioneel houten huis waarin het binnen regent: veel droefgeestiger kan het niet worden...)

Net zoals vorig keer is ook het Italiaanse paviljoen erg sterk. Het thema World Of Magic wordt door drie kunstenaars ingevuld. Eén daarvan, een video-installatie, ontgaat ons vanwege de taalbarrière volledig, maar de andere twee zijn top. Giorgio Andreotti Caló speelt een vaker vertoond spel met verdubbeling cq verdieping van de ruimte door de weerspiegeling in een laagje water, maar door de enorme schaal en bijzondere locatie werkt de 'magie' wel degelijk. De remmen gaan helemaal los bij Imitazione de Christo van Roberto Cuoghi, een soort Christusfabriek. In een industrieel ogende machine wordt steeds dezelfde mensfiguur op ware grootte, in de houding van een gekruisigde, gegoten in organisch materiaal van steeds verschillende samenstellingen. De aldus verkregen Jezussen liggen vervolgens weg te teren in een benauwde plastic broeikas. De één valt schimmelend uit elkaar, de ander verschrompelt, een derde trekt helemaal krom... elke figuur kent zijn individuele, meer of minder riekende rottingsproces en daarmee, in weerwil van de standaard basisvorm, een eigen identiteit. Aan het eind van de productiegang worden de restanten gefixeerd, de desintegratie stopgezet. Het werk is macaber en mysterieus en het heeft inderdaad iets magisch, al wordt dat laatste enigszins ondermijnd door een bordje dat waarschuwt voor het ‘overschrijden van de EU-norm voor de aanwezigheid van schimmelsporen’.

Op de foto’s vanaf linksboven met de klok mee: Food For Thought van Maha Malluh: een mozaïek van duizenden ouderwetse Arabische audiocassettes met 'instructies' hoe een fatsoenlijke moslima zich dient te gedragen. De gekleurde cassettebandjes vormen tezamen woorden als haram en jihad. Onderdeel van de centrale expositie in de Arsenale | Mapuche-maskers in het Chileense paviljoen | een deel van broeikas annex mortuarium in Imitazione de Christo van Roberto Cuoghi in het Italiaanse paviljoen | idem (detail)

zondag 11 juni 2017

de biënnale van venetië | 2. the unbelievable


Kedeng! Niet één maar twéé forse musea – Palazzo Grassi en Punta Della Dogana – heeft het Britse enfant terrible Damien Hirst nodig voor de honderden, vaak absurd grote werken van marmer, brons, jade, goud en/of kristal die tezamen zijn tentoonstelling Treasures From The Wreck Of The Unbelievable vormen. Het verhaal wil dat het historische ‘vondsten’ betreft, afkomstig uit het wrak van het schip waarmee een extreem rijke ex-slaaf zo’n tweeduizend jaar geleden zijn enorme kunstcollectie over de Rode Zee vervoerde. De artefacten zijn in die twee millennia overwoekerd met kleurrijke koralen, schelpen en zeepokken. De expositie begint met een fraai geschoten videofilm waarin we duikers zien die de objecten voorzichtig uit zee vissen. Zo echt als dat filmmateriaal is – Hirst heeft daadwerkelijk een groot aantal objecten naar de zeebodem laten zinken – zo onecht ogen die objecten zélf: daarvoor zijn de kleuren te fris en te modern, en liggen de talrijke knipogen naar de kunstgeschiedenis en huidige beeldcultuur er te dik bovenop. Tegelijkertijd zit 'm de lol van het project in het ontdekken en herkennen van al die referenties; die gaan van (om maar wat te noemen) Caravaggio’s Medusa en de Gedaanteverwisseling van Franz Kafka tot aan Mickey Mouse en Hirsts eigen haai aan toe. Het onmiskenbare vakmanschap en de krankzinnige kosten ten spijt moet Damien Hirst ontzettend veel plezier hebben gehad aan het bedenken en maken van deze buitenissige collectie über-kitsch. Wat de tentoonstelling uiteindelijk de das omdoet is de hoeveelheid. Zaal na zaal na zaal: het gáát maar door, nóg groter, nóg excessiever en uiteindelijk nóg banaler. Het effect is dat van een smakelijke maar veel te overvloedige maaltijd: er komt onherroepelijk een moment dat het gaat tegenstaan.

In de schaduw van Palazzo Grassi staat een kleine kerk, de Chiesa di San Samuele. Daar toont de Zuidafrikaans beeldhouwer Evan Penny razendknappe, van siliconen gemaakte sculpturen. Het betreft bustes, een ‘compositie’ van armen en benen en een driedimensionale versie van Het Lichaam Van Christus In Het Graf van Hans Holbein de Jongere uit 1521. De beelden zijn stuk voor stuk volledig uit proportie: veel te groot of, in het geval van Holbeins Christus, extreem uitgerekt – en toch ogen ze akelig realistisch en extreem menselijk. Afgezien van de kunsthistorische referenties is het werk van Penny er totaal niet mee te vergelijken maar in al zijn bescheidenheid – slechts vijf sculpturen – is het een verademing na het beeldbombardement van Hirst.

Op de foto’s vanaf links met de klok mee:‘Mickey’ van Damien Hirst in Palazzo Grassi | Self Portrait after Gericault’s Fragments Anatomiques van Evan Penny in de Chiesa di San Samuele | Olieverfschilderij met epoxy coating (waar die is weggekrast ontstonden de 'vlammen'), onderdeel van de installatie Speaking In Tongues van Paul Benney in de Chiesa di San Gallo

zaterdag 10 juni 2017

de biënnale van venetië | 1. intuition


Op onze eerste dag in het wonderschone Venetië belanden we in het zeventiende-eeuwse Palazzo Fortuny alwaar, onder de titel Intuition, een grote hoeveelheid kunstwerken uit alle tijden en windstreken is samengebracht. Het thema: het onderbewuste, mystiek, creatiedrift... dat wat kunstenaars zoal beweegt kortom. Op de begane grond wordt een aantal voorchristelijke Europese menhirs - geen lompe steenklompen zoals die waarmee Obelix rondloopt, maar opmerkelijk subtiele, zandstenen bas-reliëfs waarin rudimentaire mensfiguren zijn uitgehakt – doodleuk gecombineerd met fraaie werken van hedendaagse grootheden als Jean-Michel Basquiat en Anish Kapoor. En het wérkt. Een etage hoger komen we terecht in een enorme, schaars maar sfeervol verlichte salon met donkere draperieën aan de muren, waarin de ene na de andere antieke kast vol staat met de meest uiteenlopende kunstwerken en artefacten. Etruskische, Afrikaanse en Oosterse maskers en beelden staan gebroederlijk tussen schilderijen, foto’s en sculpturen van vooral Westerse makelij. Gaandeweg komt daarbij zowat de gehele twintigste-eeuwse kunstcanon voorbij: van Marcel Duchamps (een ‘echte’ Mona Lisa!) tot Joseph Beuys, van Willem de Kooning tot Berlinde de Bruyckere. Hoe verder we er in doordringen, hoe meer deze waarlijk wonderbaarlijke Wunderkammer haar geheimen prijs geeft... en hoe meer we onder de indruk raken.

Het is voor ons de tweede keer dat we de Biënnale bezoeken, en het is opnieuw een ware uitputtingsslag. Intuition is slechts één van de meer dan 150 evenementen die zijn verdeeld over de hele stad. We ‘doen’ – naast de omvangrijke centrale exposities en de tientallen landenpaviljoens in de Arsenale en de Giardini – een kleine twintig van die collaterali en dat betekent lange dagen maken, rondlopen en kijken tot we scheel zien. Niet alles is even interessant – dat kan ook haast niet met zo’n aanbod – maar de omgeving blijft onverminderd fantastisch en zo nu en dan een opwekkende espresso of, later op de dag, een spritz bitter doet wonderen. Ons hoort u dus niet klagen – en dit keer al helemaal niet, want vlucht en verblijf kregen we, tot onze grote verrassing, cadeau van een groep van ruim zestig van ‘onze’ Inkijk-kunstenaars. Ada, Albert, André, Anne, Annegret, Arjen, Arno, Arno, Audrey, Carin, Chrystl, Dominique, Edwin, Elisa, Ellen, Erik, Eva, Henriëtte, Herman, Ienke, Itie, Jaap, Jaap, Jacqueline, Jan Theun, John, Jonas, Jordy, Karen, Karin, Lenneke, Liesbeth, Lucy, Maartje, Marie-Claire, Marc, Marja, Marije, Mathieu, Matthijs, Mieke, Miloushka, Niels, Paul, Peter, PJ, Ralf, Ro, Ronald, Ronald, Ruud, Sander, Sanne, Sonja, Stefan, Stefan, Stephan, Tinka, Valerie, Willemien, Wim, Yarre en Yehudit: nogmaals hartelijk bedankt!

Op de foto’s vanaf linksboven met de klok mee: Dark White van Anish Kapoor en een zandstenen menhir uit ca. 3500 voor Christus, beiden in Palazzo Fortuny | Golden Tower van James Lee Byars aan het Canal Grande | Een zeer subtiel videowerkje van Käzyn Taylor en een neoninstallatie van Per Hess, beiden in Palazzo Mora

donderdag 25 mei 2017

xiu xiu


Cremate me, after you / cum on my lips / honeyboy
put my ashes in a vase / beneath your workout bench
(Fabulous Muscles, 2004)

Het recept mag inmiddels vertrouwd zijn; makkelijke kost zijn ze nog steeds niet, de platen van Xiu Xiu. Het steeds wisselende gezelschap rond zanger en multi-instrumentalist Jamie Stewart grossiert alweer een jaar of vijftien in weerbarstige, theatrale songs over ongemakkelijke onderwerpen als zelfhaat, sadomasochisme, automutilatie, homofobie en zelfs abortus. Breekbare momenten worden daarbij net zo makkelijk afgewisseld met poppy passages als met aanvallen van pure geluidsterreur. Xiu Xiu-concerten zijn even spannend als intens, en dat was gisteravond in een goedgevuld Bitterzoet niet anders. Lompe elektronische beats, exotische percussie-instrumenten, spacey keyboardklanken, opmerkelijk stevige gitaarpartijen en tussen gepijnigd en strijdbaar laverende zang waren de ingrediënten van een zinderende set. Behalve liedjes van hun laatste plaat Forget speelden Stewart en zijn secondante Shayna Dunkelman een rockende ZZ Top-cover (!) en enkele nummers uit de begintijd van de band. Waar Xiu Xiu doorgaans meer ons hoofd dan ons hart pleegt te beroeren wist met name de fluisterzachte, nog nét hoorbare uitvoering van het meesterlijke Fabulous Muscles gisteravond voor kippenvel te zorgen.

donderdag 18 mei 2017

op = op

Bridget Riley: Cataract 3 (schilderij, detail) 1967  |  Grazia Varisco: Luminoso Variabile (kinetisch lichtobject), 1963

Wat een heerlijke tentoonstelling is Eye Attack in Stedelijk Museum Schiedam! Tientallen schilderijen en objecten uit de jaren ‘60 en ‘70 van meer en minder bekende optical artists houden onze ogen – en daarmee onze hersens – voor de gek, nemen een loopje met onze waarneming of zelfs ons evenwichtsgevoel. De Hongaar Victor Vasarely en de Amerikaanse Bridget Riley maakten geometrische schilderijen die lijken op te bollen, te vibreren, te leven. Anderen, zoals Marina Appolonio (Italië), gingen een stap verder en lieten hun werk écht ronddraaien, soms met duizelingwekkende resultaten. Weer anderen, zoals de eveneens Italiaanse Grazia Varisco, voegden het ingrediënt licht toe. Zonder uitzondering zijn de getoonde kunstwerken met uiterste precisie uitgedacht en vervaardigd, lang voordat de computer zoiets een stuk eenvoudiger zou maken: oneffenheden zouden de optische illusies immers kunnen verstoren.

Op art
gaat enkel en alleen over het waarnemen ervan en verwijst daarmee slechts naar zichzelf. Dus geen theoretisch geleuter, geen achterliggende concepten of zware boodschappen (kom daar nog eens om tegenwoordig) maar puur visueel ‘plezier’. Hetgeen verklaart waarom de kunststroming zo’n publiekssucces was en zo’n enorme invloed had op de mode en de vormgeving van de swinging sixties. Met als gevolg dat optical art lange tijd niet al te serieus is genomen door de kunstwereld. Gelukkig raakt alles ‘van vroeger’ ooit wel weer een keer en vogue. Wij zeggen: welkom terug!

dinsdag 9 mei 2017

maandag 8 mei 2017

wijsjestijd

Andy Moor  |  foto: Ed Schenk

Gistermiddag was het tijd voor de alweer tweeëntwintigste (!) editie van huiskamerminifestival Wijsjes Uit Het Oosten. Een karavaan bestaande uit muzikanten, gastvrouwen en –heren en vijfentwintig betalende bezoekers trok langs vijf locaties in Amsterdam-Oost, variërend van een kelder tot een woonkamer op vierhoog. Optredens waren er van No Ninja Am I (stemmige, méérstemmige songs), Marc ‘the Avonden’ van der Holst (droogkomische gedichten en liedjes), On Candystriped Legs (gitaarpop met een fikse scheut eighties) en het Rudie Kartel (cabareteske liederen). The Ex-gitarist Andy Moor speelde een spannende soloset tussen de schuifdeuren van de Polderlicht-burelen. In plaats van zijn gitaar ‘normaal’ te bespelen bewerkte hij de klankkast en de snaren ondermeer met een schroevendraaier, een walkman en een huishoudborstel, hetgeen resulteerde in heftige maar ook verrassend verstilde momenten. Al met al was het aanbod zeer afwisselend en de kwaliteit hoog; het prettige weer, de hapjes en overvloedige drankjes deden de rest. Het publiek blij, wij blij... ‘de Wijsjes’ waren weer geslaagd.

Update: Gert Verbeek maakte een leuk filmpje!

zaterdag 6 mei 2017

bij de neus genomen


“Het #artSmellery project laat zien hoe geur onze perceptie verandert. Dat geldt ook voor de geurtjes die in onze kleding blijft hangen [...]” Aldus de website van witgoedfabrikant Siemens over hun ‘geurkunst’-tentoonstelling in het Amsterdamse Stedelijk Museum. Onversneden marketing verpakt als ‘belevingskunst’. Zeggen dat er een luchtje aan deze expo zit is nog zacht uitgedrukt: #artSmellery stinkt.

vrijdag 5 mei 2017

hare krishna turiya


In de jaren ‘80 stonden regelmatig groepjes oranjegeklede Krishna-aanhangers te zingen en te klappen op het Leidseplein; tegenwoordig komen ze nog hooguit op Koningsdag uit hun hol gekropen. Ergens is dat jammer want die muziek hád wel wat... even eenvoudige als opwekkende melodieën die werden herhaald en herhaald en herhaald zodat ze de rest van de dag niet meer uit het hoofd te branden waren. Dat soort chants is het belangrijkste ingrediënt van de muziek die jazz-muzikante Alice Coltrane (1937-2007) op latere leeftijd maakte. Lang verhaal kort: na de dood van haar beroemde echtgenoot John Coltrane in 1967 ging de getalenteerde pianiste/organiste/harpiste verder op het spirituele pad dat ze samen, zoals wel meer muzikanten in die jaren, waren ingeslagen. Ze bekeerde zich tot het Hindoeïsme en nam de naam Turiyasangitananda aan. Vanaf 1975 leidde 'Turiya' haar eigen ashram in Californië. Daar zong ze met warme stem een viertal cassettes vol met divine songs naar geheel eigen recept: een mix van traditionele Hindoe-muziek, ambient, jazz, minimal music en een vleugje gospel. Meeslepende, hemels mooie muziek is het, met weirde synthesizer-glissandi (denk aan de luchtalarmsirenes op de eerste maandag van de maand) die de muziek naar nóg grotere hoogte lijken te willen duwen. Tot nu toe was de muziek van die cassettes alleen via vage download-kanalen te verkrijgen maar vandaag verschijnt, Krishna zij geloofd, een officiële en prachtig verzorgde compilatie. De kosmos is daarmee weer een stukje harmonieuzer. Voor een voorproefje kunt u hier terecht.

maandag 1 mei 2017

inkijk | inkijk

Margriet van Breevoort: The Waiting  |  Boudewijn Rückert: InkijkBNB

Afgelopen weekeinde zijn weer nieuwe exposities ingericht in onze Inkijk-etalagegaleriën in de Amsterdamse metrostations Weesperplein en Wibautstraat. In station Weesperplein veranderde Margriet van Breevoort de galerie in een wachtlokaal met daarin enkele zitbankjes en een grote klok. Op één van de bankjes, niet gestoord door kuddes passerende studenten of de muzak die uit de stationsspeakers klinkt, zit een merkwaardig wezen gelaten voor zich uit te staren. Het lijkt, afgezien van de zeer menselijk ogende armen, nog het meest op een zeeolifant. Het grijze beest is een volle nicht van Van Breevoorts eerdere sculptuur Homunculus Loxodontus, eind vorig jaar aangekocht door het LUMC / Leids Universitair Medisch Centrum en binnen enkele weken tot een enorme internet-hit uitgegroeid. Met name in Rusland werden foto’s van de daar Zhdun (‘wachter’) genoemde sculptuur massaal gedeeld en in diverse andere situaties geplaatst: meestal in een afwachtende, bijna lijdzame positie die blijkbaar goed past bij de melancholieke Slavische volksaard. Waar 'onze' Homunculus in station Weesperplein op zit te wachten is de vraag. Op de steeds maar weer uitgestelde stationsrenovatie? Op Godot? Of?

De installatie InkijkBNB in station Wibautstraat haakt aan op iets dat de gemoederen in de hoofdstad in toenemende mate bezighoudt: gentrification. De etalagegalerie is door Boudewijn Rückert omgebouwd tot een volledig ingerichte particuliere hotelkamer, zoals die ook op vakantieverhuursites als Airbnb te zien is. Met naast de onvermijdelijke flatscreen een tweepersoons bed, een tafeltje, twee stoelen en een spuuglelijke vaas met plastic bloemen. Afgezien van een grote foto van een Amsterdamse veerpont aan de muur is het Ikea-interieur even functioneel als inwisselbaar – en daarmee geheel in Airbnb-stijl. De ironische installatie laat zien dat in Amsterdam zo’n beetje elke beschikbare ruimte als hotel gebruikt kan worden wordt. Het werk oogt op zijn zachtst gezegd vervreemdend en zal ongetwijfeld de nodige vragen oproepen, niet in het minst bij passerende toeristen. A.s. woensdagavond zal Boudewijn zijn werk – en wat de voortwoekerende financialisering van de samenleving zoal betekent voor de Amsterdamse volkshuisvesting woningmarkt – toelichten tijdens Dwars door Oost in de Jungle, de 'talkshow van Amsterdam-Oost'. U bent vanaf 20.00 uur van harte welkom in het Jungle-theater, Tweede van Swindenstraat 26; de toegang is gratis.

zondag 30 april 2017

vleselijke lusten


Van bedeesde vegetariër naar volbloed kannibaal in iets meer dan anderhalf uur. Dat is in grote lijnen de inhoud van de Frans-Belgische shocker RAW, momenteel te zien in Amsterdamse filmhuizen. Studente Justine ontdekt de duistere kanten van haar identiteit tijdens haar ontgroening op de Faculteit voor Dierengeneeskunde – een waar voorportaal van de hel – in een groteske film vol (on-)smakelijke beelden, verzadigde kleuren, hondsbrutale muziek en gitzwarte humor om uw vingers bij af te bijten likken. Naast menselijk bloed vloeit er ook heel wat van dieren – en dat maakt RAW mogelijk minder geschikt voor Marianne Thieme-aanhangers. Al zullen ook carnivoren na het zien van de film niet meteen trek hebben in een steak tartare...        

vrijdag 14 april 2017

made in holland #1


Een nieuwe lente, een nieuw geluid beeld. Het eerste kunstwerk in onze kersverse expositieruimte Made In Holland in het stijlvol opgeknapte Amsterdamse metrostation Van der Madeweg is een feit. Robert Roelink plaatste een enorme, plastic plant met knalgroene stelen en een tweetal grote rode bloemen, waarvan sommige reiken tot vlak onder het zes meter hoge plafond. Opblaaskunstwerk Huge Growth Power is weliswaar mild maatschappijkritisch – het adresseert kort gezegd hoe natuurlijke groeiprocessen het steeds meer afleggen tegen economische groei – maar levert op de eerste plaats een fris en vrolijk beeld op. ‘s Avonds wordt de sfeer wat feeërieker door de blauwe aanlichting. Het is een tamelijk ongenaakbare en bepaald geen makkelijke expositieruimte maar de keuze voor Robert en zijn inflatables is een zeer gelukkige gebleken. We zijn erg blij met het resultaat, en volgens de eerste berichten geldt dat ook voor onze opdrachtgevers GVB en Gemeente Amsterdam. Spring is in the air: zeg het met bloemen!

donderdag 13 april 2017

in de maak


Het is elke keer weer bijzonder om Robert Roelink een amorfe kluwen plastic uit zijn camper te zien trekken en die, met een luchtpomp en wat geduld, te zien veranderen in een enorm opblaaskunstwerk. Zo ook in metrostation Van der Madeweg, waar Roberts Huge Growth Power – een enorme plantvorm met rode bloemen aangevuld met een forse lichtbak met daarop een collage – de komende vier maanden een spiksplinternieuwe expositieruimte zal vullen. Vandaag wordt er nog even flink aan doorgewerkt maar vanaf morgenochtend zal de even maatschappijkritische als vrolijke inflatable in volle glorie te zien zijn. Overigens is die nieuwe ruimte in het zojuist gerenoveerde station Van der Madeweg heel anders – groter, lichter, frisser – dan de Inkijk-galerieën die u van ons kent in de stations Wibautstraat en Weesperplein, vandaar dat we ‘m een andere naam hebben gegeven: Made In Holland. 

dinsdag 11 april 2017

aards



Voor we de op vierhoog gelegen atelierwoning in de Amsterdamse Oosterparkbuurt mogen betreden dienen we onze schoenen en sokken uit te trekken. Het wordt al gauw duidelijk waarom: het hele vloeroppervlak is bedekt met een minstens vijf centimeter dikke laag potgrond. Maar liefst vier kuub donkerbruine, geurende aarde ligt door het hele appartement verspreid: het spul biedt onze voeten een even weldadige als weirde sensatie. Verder is de woning spaarzaam ingericht. We zijn als enigen aanwezig en nemen de tijd om rustig rond te kijken. Dan beginnen ook de andere, subtielere onderdelen op te vallen van de installatie die Mariëlle Videler in haar Artist House heeft ingericht. Zoals de maïskorrels en tarwezaadjes die aan dunne draadjes geregen aan het plafond hangen. Of de vele merkwaardige borduursels aan de muren. De tekst die we bij de voordeur kregen uitgereikt rept van de inspiratie die Mariëlle vindt bij het traditionele handwerk (kleding, tapijten, keramiek etc.) dat in premoderne en/of inheemse culturen wordt vervaardigd – met name door vrouwen – en die nogal een contrast vormen met onze Westerse fabrieksspullen. De her en der verspreid liggende boeken over exotische volkeren, de kunstig bewerkte machete op de vensterbank, ja zelfs de kamerplanten... alles valt steeds meer op zijn plaats. En ook wordt steeds duidelijker hoezeer dit kunstwerk ingrijpt in het privéleven van Mariëlle en haar partner. Zo kan er geen deur meer open of dicht door al die potgrond: hoe moet men nu naar de WC? Op een keukenrekje staan blikjes kattenvoer maar poes is afwezig – gelukkig maar: die zou helemaal losgaan in zo’n kamerbrede kattenbak!

Mariëlle Videlers Artist House | Tweede Oosterparkstraat 131d | Nog te bezoeken van a.s. donderdag t/m a.s. zondag, van 14.00 tot 19.00 uur

zondag 9 april 2017

100 jaar gezeik


Vandaag precies een eeuw geleden presenteerde de dadaïst Marcel Duchamp zijn readymade Fountain: een gesigneerde en op zijn kant gezette pisbak. Hij gaf daarmee het startsein voor wat ‘conceptuele kunst’ zou gaan heten en voor een tot op heden voortdurende stroom niet altijd even fris gediscussieer over wat kunst is en/of zou moeten zijn.